vrijbuiter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, scheepvaart (geschiedenis) (scheepvaart) een zeerover die niet zijn buit grotendeels zoals een kaper aan de staat afstond, maar vrijelijk op de markt verkocht
    Kapers werden vaak vrijbuiters als hun dat uitkwam, zodat het verschil niet zo groot was.
  2. iemand die niet vies is van een beetje avontuur, een avonturier
    Oh, die? Dat was altijd al een vrijbuiter!
  3. scheepvaart (scheepvaart) een klassieke, houten zeilboot

Etymologie

*afgeleid van vrijbuiten

Vertalingen

DuitsFreibeuter, Abenteurer
Spaanscorsario, filibustero
Russischфлибустьер