vrijbuiter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) (scheepvaart) een zeerover die niet zijn buit grotendeels zoals een kaper aan de staat afstond, maar vrijelijk op de markt verkochtKapers werden vaak vrijbuiters als hun dat uitkwam, zodat het verschil niet zo groot was.
- iemand die niet vies is van een beetje avontuur, een avonturierOh, die? Dat was altijd al een vrijbuiter!
- (scheepvaart) een klassieke, houten zeilboot
Etymologie
*afgeleid van vrijbuiten
Vertalingen
DuitsFreibeuter, Abenteurer
Spaanscorsario, filibustero
Russischфлибустьер
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek