kaper
mannelijk (de)/ˈkapər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis), (scheepvaart) vroegere zeerover die met een machtiging van de overheid werkte
- (misdaad), (transport) terrorist die een vliegtuig, trein, schip of e.d. kaapt
- (kleding) hoofddeksel met een aangeknipte kraag over de schouders
Etymologie
*afgeleid van kapen
Uitdrukkingen
- Kapers op de kust — Mensen die op de loer liggen om maar ergens voordeel uit te kunnen trekken
Vertalingen
Spaanspirata, filibustero, bucanero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek