vrankheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrijheid, oprechtheid, zonder schroom
    'Elke raad zou geleid moeten worden vanuit een vrankheid, openheid, eerlijkheid en “zeggen wat je denkt,. Dat is iets wat in sommige raden van bestuur aartsmoeilijk is. We zitten hier in een cultuur waarin we vrij braaf, lief en hoffelijk met elkaar omgaan. De Standaard 13/09/2008 [http://www.standaard.be/cnt/0520derh Bestuurders zijn te lief]

Etymologie

* afleiding van vrank