vraat
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanvreten of aangevreten worden, de aanvreting, vreterij
- schade aan gewassen door aanvreting
- voedsel, aas voor (wilde) dieren
- bepaald vraatzuchtig dier bv. de veelvraat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek