vraag

mannelijk/vrouwelijk (de)/vrax/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verzoek (om inlichting)
    Hij stelde zijn leerkracht een vraag.
    `Op die vraag zijn meerdere antwoorden mogelijk; zei ik.
    De vier cursisten waren tussen de 70 en 80 jaar en stelden allerlei vragen aan deze nieuwe vogel aan tafel.
  2. probleem, kwestie, vraagstuk
    Tijdens de eerste paar weken van mijn tocht bleef de vraag mij bezighouden of alleen op pad gaan egoïstisch was? Ja, mijn solotocht was in sommige opzichten zeker egoïstisch.
    Het was dus maar zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hijzelf aanwezig had kunnen zijn bij de laatste fase van het storten, toen het ongeluk plaatsvond.
  3. economie (economie) een behoefte aan goederen
    In Nederland is er veel vraag naar brandstof, net als in de rest van de wereld.

Uitdrukkingen

  • Dat is de hamvraagDat is hetgeen waar het om gaat
  • De vraag stellen is hem beantwoordenGezegd van iets wat ogenschijnlijk als een vraag wordt voorgelegd, maar waarop het antwoord in feite al helemaal duidelijk is
  • Eén gek kan meer vragen stellen dan tien wijzen kunnen beantwoordenEr zijn altijd wel bepaalde vragen waar niemand het goede antwoord op weet

Vertalingen

Engelsquestion, request
Fransquestion
DuitsFrage
Spaanspregunta, cuestión, consulta
Italiaansdomanda
Portugeesquestão
Russischвопрос
Chinees問題, 问题
Japans質問, しつもん, shitsumon
Koreaans질문
Arabischسؤال
Turkssoru
Poolspytanie
Zweedsfråga
Deensspørgsmål