voorvader
mannelijk (de)/ˈvorvadər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) mannelijk persoon van wie een volk, een clan of een familie afstamt; ook bij dieren-De Britse voorvaders kwamen uit Bretagne, wat nog steeds in de naam is te herkennen.-Wolven, voorvaders van de hond, leven in hoogst georganiseerde sociale groepen.
Vertalingen
Engelsancestor, forefather, progenitor
Fransancêtre, aïeul
DuitsAhn, Urahn, Vorfahr
Spaansantepasado
Italiaansantenato
Zweedsförfader
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek