stammoeder
vrouwelijk (de)/ˈstɑmudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw waarvan een bepaalde groep mensen of dieren allemaal nazaten zijnOp de Achterpagina van NRC wordt Maria Louise de stammoeder van de Oranjes genoemd (15/4). Zij is dat niet alleen van de Oranjes, maar van alle huidige gekroonde hoofden van Europa. Zo is ook koningin Emma een nazaat van ‘Maaike Meu’.Bladluizen zijn vrijwel altijd alleenstaande moeders met dochters en baren slechts eens in het jaar een paar mannetjes om seks mee te hebben. Dit maakt de volgende generatie stammoeders sterker.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek