woorden
boek
Start
›
V
›
voorpraten
voorpraten
Betekenis
werkwoord
iemand iets vertellen wat hij klakkeloos, zonder nadenken moet geloven en navertellen
Synoniemen
voorzeggen
voorkauwen
wijsmaken
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← voorpraat
voorpreekt →