voormiddag
mannelijk (de)/ˈvormɪdɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) (in Nederland) tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de middag, ongeveer van 12:00 tot 16:00 uur
- (tijdrekening) (in België) tijd voor 12:00 uur
Etymologie
*[2] middag opgevat als midden van de dag, 12.00 uur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek