ochtend
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) deel van de dag tussen 6.00 en 12.00 uurOm 6 uur begint de ochtend of de avond.[http://www.sommenfabriek.nl/wp-content/khan-exercises/exercises/Klokkijken_Digitaal_Dagdeel.html Hoe laat is het?], sommenfabriek.nlDe volgende ochtend viel meteen op hoe stil het buiten was.Zijn oude wolfshuid kwam goed van pas wanneer het werk in de pikzwarte ochtend begon met het verwarmen van het hout.
- (tijdrekening) de tijd rond of kort na het opstaanIk ben in de ochtend nooit op mijn best.
Etymologie
* In de betekenis van ‘(vroege) morgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Vertalingen
Engelsmorning
Fransmatin, matinée
DuitsMorgen, Vormittag
Spaansmadrugada, mañana, AM
Italiaansmattina, mattino
Portugeesmanhã
Russischутро
Chinees早晨, 上午, 早上
Japans朝, 午前
Koreaans아침, 오전
Arabischصَبَاح
Turkssabah
Poolsrano, ranek
Zweedsmorgon
Deensmorgen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek