voorafgaan

/voˈrɑfxan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in een tijdsvolgorde een eerdere plaats hebben
    Europa was wereldkampioen vrijhandel, en niet louter uit economische motieven: óók vanuit de gedachte dat economische betrekkingen aan politieke verbondenheid voorafgaan.
    De seconden die voorafgaan aan een uittrap van de doelman lijken op minuten.
    „Zo liet Geert Mak bij het tv-programma M zijn op zichzelf zinnige analyse van de oorlog voorafgaan door de opmerking dat hij eigenlijk een hekel had aan de krijgsmacht”, zegt cultureel antropoloog Tine Molendijk, universitair docent aan de Nederlandse militaire academie.
  2. ov (ov) een traject eerder afleggen
    Daarna werd de traditie aangekleed met onder meer drumkorpsen, mannen met bijlen en baarden die de schutters voorafgaan, marketensters als verzorgsters en een kinder-OLS.
  3. ov (ov) gaan voor, voorrang hebben boven
    Vredesbeleid is eigenlijk op dit moment belangrijker dan ontwikkelingsbeleid. Althans: vredesbeleid moet voorafgaan aan ontwikkelingsbeleid.

Vertalingen

Engelsprecede
Spaansadelantarse, ir delante, preceder