voogdij

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) familierechtelijke situatie waarbij door wet, rechter of bij testament de zorg voor de belangen van een minderjarige of verlengd minderjarige, het beheer van zijn vermogen en de vertegenwoordiging in rechtszaken wordt toevertrouwd aan een ander dan zijn ouder.
    Na het vreselijke ongeluk, waarbij hun beide ouders omgekomen waren, kreeg oom Jan de voogdij over de twee weeskinderen toegewezen.

Etymologie

* Middelnederlands vōghedie ‘bewindvoering’, afleiding van vōghet, voocht met het ontleende achtervoegsel -(er)ie ‘-(er)ij’.

Vertalingen

Engelsguardianship
Franstutelle
DuitsVormundschaft
Spaanstutela
Italiaanstutela
Russischопе́ка
Poolsopieka
Zweedsförmyndarskap