volksoploop

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spontane samenkomst van veel (oproerige) burgers {{citeer|artikel|datum=Woensdag 11 juni 2014, 12:21
    Knechts en meiden lopen heen en weer om al de luiken na te zien, niemand begrijpt wat er gebeurt, maar een knecht rent de tuin door en de poort uit, de achterstraten door naar het stadhuis om de heer burgemeester te waarschuwen dat er een volksoploop voor zijn huis is en het hem dus niet geraden is daar zonder gewapend geleide heen te gaan.