samenscholing

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het samenscholen
  2. de samengeschoolde menigte
    Reizigers wordt vanwege de diplomatieke spanningen tussen Turkije en Nederland sinds zondagavond aangeraden in heel Turkije alert te zijn en samenscholingen en drukke plaatsen te vermijden, [http://www.nu.nl/reizen/4536312/reisadvies-turkije-aangepast-diplomatieke-spanningen.html www.nu.nl]

Etymologie

* van samenscholen

Vertalingen

Engelsaccumulation, assembly, parade
Spaansllamada