vogeltrek

mannelijk (de)/'voxəltrɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de jaarlijkse tocht van vogels naar warmere streken en hun terugkomst in het voorjaar
    Ook in 2017 was Nut en Sport al het slachtoffer van de vogelgriep. De vereniging heeft pech met haar plek op de kalender in combinatie met en latere vogeltrek. "Normaal gesproken dient de vogelgriep zich eerder aan. Dat we er weer in januari mee te doen hebben, heeft schijnbaar met een verlate trek te maken.Tubantia 04-JANUARI-2018
    Op dat moment kunnen de staldeuren weer open, voor de vrije uitloop. Het lijkt dus een geluk bij een ongeluk dat Jos Kienhuis'kippen nu nog op stal zijn en weinig kans lopen op eventuele besmetting via de vogeltrek. "We zijn echt alert op alles", zegt echtgenote Ingrid. "De stal zit op slot, er komt geen mens zomaar in.Tubantia 24-OKTOBER-2017

Vertalingen

Engelsbird migration