voederen

/vudərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. voedsel verschaffen aan dieren
    De leeuwen worden om drie uur gevoederd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘van voer voorzien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400

Vertalingen

Engelsfeed
Fransaffourrager, nourrir
Duitsfüttern
Spaansalimentar
Deensfodre