vlies

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dunne laag op een oppervlak
    De geur van groene zeep, het geknetter van het verse en harsrijke brandhout in de speksteenkachel en het vliesje ijs op de pis waren dus een reinigingsbad voor zijn ziel, een verheven herinnering aan hoeveel hij aan God te danken had.
  2. dun flexibel scheidingsvlak
    Bij de geboorte breken de vliezen.
  3. afgestroopte huid met haar van een dier
    Jason en de Argonauten gingen op zoek naar het Gulden Vlies.

Etymologie

*van *fleusa, vgl. fleos > : fleece.

Vertalingen

Engelsfilm, membrane, fleece
Franspellicule
DuitsFilm
Spaanspelícula, vellón, membrana
Italiaanspellicola
Zweedsfilm