vleeswaar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvleswar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) verzamelnaam voor producten uit bewerkt vlees, zoals worst of boterhambeleg
    Mijn slager verkoopt dit vlees in dunne plakjes, dus als vleeswaar.
  2. figuurlijk, pejoratief, seksualiteit (figuurlijk) (pejoratief) (seksualiteit) lichaamsdelen die nadrukkelijk worden getoond om erotische gevoelens op te wekken
    In de tijd dat Van der Knaap zelf in het leger zat hingen er al foto’s van naakte vrouwen aan de muur. „Alle vleeswaar was aanwezig, zal ik maar zeggen.”