vitrine
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Glazen uitstalkast van voorwerpen die zo kostbaar of kwetsbaar zijn dat ze niet zonder bescherming kunnen worden getoond.Hij kon de blaadjes der populieren in het plantsoen afzonderlijk zien hangen, of zij uitgeknipt waren uit papier en in een glazen vitrine hingen.De tafeltjes en de vitrine lagen op straat.In het Rijksmuseum staan veel vitrines met kunstvoorwerpen.
Etymologie
*Uit het frans vitre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek