vingerring

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɪŋəˌrɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bandje van edelmetaal of ander stevig materiaal dat als sieraad om de vinger wordt gedragen
    Daar hun één vingerring niet genoeg was, lieten zij de middelvinger vrij maar staken de andere daarmee vol.