vingeren

meervoud/'vɪŋərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. seksualiteit (seksualiteit) met de hand of vinger bevredigen
    "De bak in met die oplichter", hoorde ik toen veel mensen zeggen en die wisten nog niet dat hij in de donkere gangen van zijn paleis ook nog eens vrouwen ongevraagd trachtte te vingeren.NRC Y. van ’t Hek 28 oktober 2016
    Porno waar je ook wat van kunt leren – bestaat dat? Natuurlijk, wanneer je een willekeurige film op Xtube of Porntube bekijkt, ontdek je wellicht iets nieuws: penissen groter dan colaflesjes, vrouwen die zichzelf kunnen vingeren met vlijmscherpe nepnagels zonder zichzelf te besnijden of een innovatieve manier om de pizzakoerier te betalen. NRC J. Hoek & R. de Greef 6 juni 2015
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) meervoud van "vinger"
    Die vuist wordt slechts afgewisseld door een zalvende, zegenende hand, of door vingeren, welke confetti lijken te strooien.

Etymologie

*: "vinger" met de uitgang -en

Vertalingen

Engelsfinger
Fransdoigter
Duitsfingern
Spaansdedear