vijzen

/ˈvɛizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. in- of uitdraaien van een schroef
    Je vijst deze twee schroeven tot ze vastzitten.

Etymologie

*afgeleid van "vijs"

Vertalingen

Engelsscrew
Fransvisser
Duitsschrauben
Spaansatornillar