vierwieler

mannelijk (de)/ˈvirwilər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) voertuig dat zich door een viertal over de bodem rollende schijven kan verplaatsen
    De Tata Nano is de auto die India van de tweewielers moet genezen en laten overstappen in een vierwieler.
  2. pregnant, schertsend (pregnant) (schertsend) gewone personenauto
    Bij wasstraten is het donderdag topdrukte doordat automobilisten hun vierwieler massaal willen laten schoonmaken.

Etymologie

*samenstellende afleiding van "vier" en "wiel"