viervoeter

mannelijk (de)/ˈvirvutər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dier dat zich op vier poten verplaatst
  2. voorwerp dat op vier poten staat
  3. dichtkunst (dichtkunst) dichtregel van vier versvoeten

Etymologie

*[1] vermoedelijk leenvertaling "Vierfüßler" en "Vierfüßer"

Uitdrukkingen

  • edele viervoeterpaard
  • trouwe viervoeterhond