viertal
onzijdig (het)/ˈvirtɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- welgeteld vierEr behoort een viertal soorten tot dit genus.
- een groep van vierHet viertal speelde al jaren samen.
- een wedstrijd vorm van bridge waarbij twee teams van twee paren tegen elkaar spelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek