vierentwintiguurseconomie
vrouwelijk (de)/ˌvirənˌtwɪntəxˈyrsekonoˌmi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) samenleving waar vierentwintig uur alles gekocht kan wordenEn dat in de US of A met haar vierentwintiguurseconomie? Ik had al dagen geen fatsoenlijke maaltijd gegeten en had buikpijn van de honger.
Etymologie
* samenstelling van vierentwintig, uur en economie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek