vierentwintig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvirənˌtwɪntəx/
Betekenis
telwoord
- "24", het getal tussen drieëntwintig en vijfentwintig, twintig plus vier
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen vierentwintig euro en zevenendertig cent.Toen hij vroeg of ze zich toevalligerwijs een treinreis in Sôrmland van vierentwintig jaar geleden herinnerde dacht ze eerst dat hij een grapje maakte. Maar toen hij iets meer vertelde over die kernwapendiscussie werd ze plotseling enthousiast en zei dat ze die nooit was vergeten.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenHet juiste antwoord op opgave vierentwintig is "42".
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 24 is aangeduidHet is weer de vierentwintig die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?Haar vijfentwintigste verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de vierentwintig eenmaal voorbij was.
- groep van 24 eenhedenDe vierentwintig zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.
Vertalingen
Engelstwenty-four
Fransvingt-quatre
Duitsvierundzwanzig
Spaansveinticuatro
Italiaansventiquattro
Russischдвадцать четыре
Zweedstjugofyra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek