vervallen

/vərˈvɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) in slechte staat geraken
    Het oude gebouw verviel tot weinig meer dan een puinhoop.
    De Nationale 7 is verbonden met de opkomst van de auto in de jaren twintig en dertig. Destijds hadden auto's kleine brandstoftanks en gingen ze vaak kapot. Daarom barst het langs de route van de pompstations en garages, veelal opgetrokken in een betonnen art-decostijl, destijds het toppunt van moderniteit. Vele zijn vervallen, sommige zijn gerestaureerd, zoals een klassiek pompstation in Valence. Het mooiste voorbeeld van deze stijl ligt strikt genomen niet aan de Nationale 7: de Citroëngarage in Lyon.
  2. erga, juridisch (erga), (juridisch) (van een overeenkomst, regeling, wettelijke bepaling e.d.) zijn geldigheid verliezen
    Deze regeling is op 1 januari komen te vervallen.
  3. uitvallen
    De vlucht naar Madrid is vervallen.
  4. ~ aan: eigendom worden van
    Het huis vervalt bij overlijden aan de langstlevende partner.

Etymologie

*Afleiding van vallen .