versperring

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat de toegang tot een voorwerp, gebouw of weg belemmert
    Maar er lagen nogal wat versperringen en tijdens het rennen had hij naar rechts moeten uitwijken. In het begin had hij de lijn gevolgd die door de luitenant was uitgezet, maar met die fluitende kogels en granaten ga je uiteraard zigzaggen. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

* van versperren