verrijking

vrouwelijk (de)/vəˈrɛikɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het rijker worden (in materiële of immateriële zin)
    ’s Avonds spreken ze voor het eten samen het tafelgebed uit. Zowel voor hen als voor ons een verrijking.”

Etymologie

* van verrijken

Vertalingen

Spaansenriquecimiento