verrijking
vrouwelijk (de)/vəˈrɛikɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het rijker worden (in materiële of immateriële zin)’s Avonds spreken ze voor het eten samen het tafelgebed uit. Zowel voor hen als voor ons een verrijking.”
Etymologie
* van verrijken
Vertalingen
Spaansenriquecimiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek