verrekijker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. optica (optica) een optisch instrument om voorwerpen op grote afstand te kunnen waarnemen door het vergrotend effect van het instrument
    Met een verrekijker kon men de krijtrotsen van de Engelse kust reeds van verre zien.

Etymologie

* In de betekenis van ‘instrument om over grote afstanden te kijken’ voor het eerst aangetroffen in 1624

Vertalingen

Engelsbinoculars, spyglass
Fransjumelles, longue-vue
DuitsFernglas, Fernrohr
Spaansprismáticos
Italiaansbinocolo
Portugeesbinóculo
Turksdürbün
Zweedskikare
Deenskikkert