vernielzucht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de drang om dingen kapot te maken
    Juist in mijn helderste momenten ben ik ervan overtuigd dat Tonio, net als de schrijver van Tonio Krijger, in de diepte van zijn vitale systeem de vernielzucht van de klap en de scalpels van het chirurgenteam urenlang ondergaan moet hebben.
    IS veroverde Palmyra in mei van dit jaar. Langzaam maar zeker vallen de Romeinse tempels, antieke grafmonumenten, standbeelden en nu ook de graftorens ten prooi aan de vernielzucht van de extremisten.

Vertalingen

Engelsclastomania, destructiveness, vandalism