straatschenderij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verstoren van de openbare orde met vernielingen
    Als straatschenderij zich in rood-witblauw hulde, was het goed.
    Rapper Husky werd opgepakt voor straatschenderij, ofwel baldadigheid. De autoriteiten hadden de concertzaal al gewaarschuwd dat zijn optreden elementen bevatte van 'extremisme'.

Vertalingen

Engelsstreet-vandalism, rowdyism, hooliganism