verkoper

mannelijk (de)/vərˈkopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die goederen of diensten verkoopt
    Hij werkt als verkoper in die winkel.

Etymologie

* van verkopen

Vertalingen

Engelsseller, salesman
Fransvendeur
DuitsVerkäufer
Spaansvendedor