verhuren

/vərˈhyrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
    Dit huis wordt verhuurd.
    Dan hoef je alleen nog maar je baan op te zeggen of onbetaald verlof op te nemen, je huis te verhuren en op pad te gaan.
    Verderop raakte minstens één bewoner gewond van een woning die Zeeuwland verhuurt.

Etymologie

*Afgeleid van huren