verhouden

/vər'ɦaʊdə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~: een betrekking hebben tot iets of iemand
    Zij verhouden zich als kat en hond.
  2. refl, wiskunde (refl) (wiskunde) zich ~ getalsmatig een bepaalde verhouding hebben
    In een driehoek met hoeken van dertig, zestig en negentig graden verhouden de zijden zich als één staat tot twee staat tot wortel drie.

Etymologie

*Afgeleid van houden

Vertalingen

Engelsrelate, be proportional