vergoelijking
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zaken die verkeerd zijn zo beschrijven dat ze goed lijken; het recht praten wat krom is'Toch verdien ik met één klant per week meer dan met mijn werk als boekhouder op kantoor,'zegt ze, ter vergoelijking.Maar in 1986 werd Jörg Haider partijleider en trok de partij weer ver naar rechts. Haider maakte de FPÖ populair met leuzen tegen buitenlanders en vergoelijking van het nazi-verleden, maar kon toch samen met de christen-democraten regeren. Die regering, van 2000 tot 2002, leverde Oostenrijk zelfs sancties van de andere EU-landen op.
Etymologie
* van vergoelijken
Vertalingen
Engelssmoothing-over, explaining-away, excuse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek