goedpraten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) argumenten aanvoeren om iets dubieus of verkeerds als acceptabel te zien
    Ik wil niet goedpraten wat gebeurd is.
    Ik praat het absoluut niet goed, maar hij heeft ook geen makkelijke jeugd gehad.
    Het is niet goed te praten wat hij gedaan heeft.

Vertalingen

Duitsschönreden, beschönigen