verenigingslokaal

onzijdig (het)/vərˈenəɡɪŋsloˌkal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaal waar de leden van een organisatie elkaar regelmatig ontmoeten
    Kom morgenochtend om tien uur in het verenigingslokaal van De Jong aan de Oudezijds Achterburgwal, wij houden daar een groepsvergadering. Ik zal je bij de ingang opwachten en naar het vergaderlokaal brengen, ik zal je dan voordragen als lid. Je hoort beslist bij ons, de contributie is tien cent per week, afgesproken?