veredelen

/vərˈedələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. verouderd (verouderd) iemand in/tot de adelstand verheffen
  2. iets edeler maken, verfijnen (bijv. metaal)

Etymologie

*afgeleid van "edel" en

Vertalingen

Engelsennoble, refine
Fransanoblir, raffiner
Duitsadeln, veredeln
Spaansennoblecer, refinar, acendrar