verdict

onzijdig (het)/vɛrˈdɪkt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. definitief oordeel
    Het objectieve verdict van de onderwijzer zal stellig betrouwbaarder zijn dan de subjectieve zekerheid van de prille ‘lezer’.
  2. juridisch (juridisch) uitspraak van een jury of rechter
    Voor de krijgsraad van Rijsel vond in december 1946 het proces plaats tegen vooraanstaande leden van het Vlaams Verbond van Frankrijk (1923-1944) dat zich gecompromitteerd had met de bezetter. Na bewogen debatten waarin de leider van het verbond, Jean-Marie Gantois (1904-1968), zich met verve had verdedigd, viel het verdict. De vereniging werd ontbonden en haar goederen verbeurd verklaard.

Etymologie

*van "verdict"