verbond

onzijdig (het)/vɛrˈbɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verdrag tussen staten, zakenpartners of individuen, omwille van een gemeenschappelijk voordeel
  2. religie (religie) plechtige belofte van God aan mensen die zich juist gedragen (zoals in Genesis [https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/17.html 17], Exodus [https://www.statenvertaling.net/bijbel/exod/34.html 34], Leviticus [https://www.statenvertaling.net/bijbel/levi/26.html 26] en Hebreeën [https://www.statenvertaling.net/bijbel/hebr/8.html 8]

Etymologie

*van Middelnederlands "verbont", op te vatten als van "verbinden"; in de gebruikt als vertaling van (briet)

Vertalingen

Engelsalliance
Fransalliance, pacte
DuitsBündnis, Allianz
Spaanspacto, alianza, coalición