coalitie

vrouwelijk (de)/kowaˈli(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verbond van twee of meer partijen, mogendheden of staten om een gemeenschappelijk doel te bereiken
    Oud-premier Wim Kok (PvdA) vindt dat premier Mark Rutte (VVD) en PvdA-leider Diederik Samsom bij de laatste kabinetsformatie hadden moeten proberen een grotere regeringscoalitie te vormen. Een tweepartijenkabinet van VVD en PvdA had slechts een “uiterste mogelijkheid” moeten zijn. Dat zei Kok dinsdagavond in het Haagse debatcentrum ProDemos.Christiaan Pelgrim 10 mei 2016 NRC
    „Rond Trump heeft zich een coalitie gevormd van ongelijksoortige groepen die niettemin een paar fundamentele dingen gemeen hebben. Namelijk de wil tot macht én een gedeeld vijandbeeld. Ze verafschuwen de liberale, democratische gevestigde orde en willen die omverwerpen.”[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/08/de-ideologische-scriptschrijvers-van-de-film-van-donald-trump-vormen-een-bont-anti-liberaal-gezelschap-a4892393 www.nrc.nl (8 mei 2025)]

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse alescere (groeien)

Vertalingen

Engelscoalition
Franscoalition
DuitsKoalition
Spaanscoalición
Italiaanscoalizione
Chinees联合
Poolskoalicja
Zweedskoalition