veertiger
mannelijk (de)/ˈvertəɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand met een leeftijd tussen de 40 en 50 jaarDe goed geklede veertiger deed erg zijn best om er nog jong uit te zien.In Lemon speelt haar echtgenoot Brett Gelman - tevens de co-scenarist van de film - een sukkelende veertiger in Los Angeles, die in een crisis terechtkomt als zijn - blinde - vriendin hem verlaat. NRC 26 januari 2017Nationale eenheid is nou eenmaal makkelijker te vangen in termen als democratie en vrijheid, dan in de persoon van een bolwangige veertiger.
- betrekking hebbend op de jaren tussen 40 en 50 van een eeuwIn de veertiger jaren van de twintigste eeuw woede er een vreselijke oorlog in Europa en Azië.
Etymologie
* afgeleid van veertig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek