veerkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈverkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) vermogen om de vorige stand weer in te nemen, nadat iets ingedrukt, uitgerekt enz. is geweest, elasticiteit
  2. herstellingsvermogen van iemands gestel of gemoed.

Vertalingen

Spaanselasticidad, energía, tono