veerkracht
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈverkrɑxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) vermogen om de vorige stand weer in te nemen, nadat iets ingedrukt, uitgerekt enz. is geweest, elasticiteit
- herstellingsvermogen van iemands gestel of gemoed.
Vertalingen
Spaanselasticidad, energía, tono
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek