veeboot

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. platte boot geschikt voor het vervoer van koeien, schapen en ander vee
    Op 21 januari werd een veel grotere kraan in een veeboot gezet om een klus te klaren midden in het gebied. Toen het gevaarte over de klep van de schuit het land op wilde rijden, ging het mis. Boot en kraan kantelden. Vier werklieden kwamen met de schrik en een nat pak vrij.