vastigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zekerheid dat zaken niet op een onvoorspelbare manier zullen veranderen
    In de exacte wetenschappen valt de appel telkens even snel, en te allen tijde omlaag. Wij zijn weleens jaloers op zoveel vastigheid. Geen enkele politicoloog slaagde er ooit in om een verkiezingsuitslag perfect te voorspellen, of het was per ongeluk. Zoals Paul de Octopus, die voetbalresultaten kon orakelen.de Standaard 5 DECEMBER 2017
    BMK en BOINK hopen dat het nieuwe kabinet voor meer vastigheid zorgt. Wittebol: ,,Ouders willen, nu het beter gaat met de economie, graag weer gebruik van de kinderopvang maken maar blijven huiverig over de rijksbijdrage. Ze vragen zich af of de kosten volgend jaar wel hetzelfde zullen zijn.’’Tubantia Eefje Oomen 03-JULI-2017

Etymologie

*afgeleid van vastig

Vertalingen

Engelscertainty, consistency, firmness