vakantiereis
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een reis die men maakt om op de vakantiebestemming te komenMet een gezin met kleine kinderen een vakantiereis maken op zwarte zaterdag is geen pleziertochtje.
- een reis die men maakt als vakantieEen meerdaagse fiestocht maken is de de fijnste vakantiereis die ik me kan voorstellen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek