vakantiereis

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een reis die men maakt om op de vakantiebestemming te komen
    Met een gezin met kleine kinderen een vakantiereis maken op zwarte zaterdag is geen pleziertochtje.
  2. een reis die men maakt als vakantie
    Een meerdaagse fiestocht maken is de de fijnste vakantiereis die ik me kan voorstellen.