vader

mannelijk (de)/ˈvadər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) een mannelijke ouder
    Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.
  2. een man binnen een gemeenschap wiens toewijding allen binnen die gemeenschap dient

Etymologie

:Oost: : fadar

Uitdrukkingen

  • De wens is de vader van de gedachteje gelooft iets, omdat je wil dat het zo is
  • Mijn vader is geen bremer (of breeuwer)
  • Zo vader, zo zoon (of: zo moeder, zo dochter)kinderen erven de eigenschappen van hun ouders

Vertalingen

Engelsfather
Franspère
DuitsVater
Spaanspadre
Italiaanspadre
Portugeespai
Russischотец
Turksbaba
Poolsojciec
Zweedsfader, far
Deensfar, fader