vaarrichting

vrouwelijk (de)/ˈvarɪxtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. richting waarin een vaartuig zich voortbeweegt
    De emissiefactoren en bronkenmerken van varende binnenvaartschepen zijn mede afhankelijk van de vaarrichting in relatie tot de stroomrichting. [http://www.aerius.nl/en/node/1491 Aerius]
  2. richting waarin vaartuigen verwacht worden te bewegen
    Volg de verplichte vaarrichting en houdt stuurboord wal.

Vertalingen

DuitsKurs
Deenssejlretning